Afbouw antidepressiva kan veel beter

1 miljoen Nederlanders worden behandeld met antidepressiva en jaarlijks proberen 700.000 gebruikers er weer mee te stoppen. Deze medicijnen moeten geleidelijk worden afgebouwd, maar er bestaat geen richtlijn voor. Voor zover bekend krijgt zeker de helft van de stoppers hier onttrekkingsverschijnselen van in bijvoorbeeld de vorm van een grieperig gevoel of een toename van angst of depressiviteit. Ten onrechte wordt dit dan vaak aangezien voor een terugkeer van de depressie, waardoor de behandeling om een onjuiste reden wordt gecontinueerd. Zowel de onttrekkingsverschijnselen, als de onjuiste continuatie daarvan kosten de maatschappij onnodig veel geld. Afbouwen zou dan langzamer en met kleinere stappen gedaan moeten worden. Helaas zijn lagere standaarddoseringen niet altijd voorhanden. En pillen om de dag innemen, kan juist averechts werken, omdat dan de onttrekkingsverschijnselen al na het stoppen van 1 pil kunnen optreden! Per abuis zou hieruit dan geconcludeerd kunnen worden dat antidepressiva verslavend zijn. Zolang er nog geen richtlijn is, dient de patient in overleg met zijn huisarts of psychiater een zo goed mogelijk afbouwschema te maken.

Literatuur: Peter Groot en Jan van Ingen Schenau